Skip to main content

Deze column verscheen eerder in Trouw.

Hoe leer je kinderen over democratie, diversiteit en actief meedoen aan de samenleving? Het is verplicht, maar uit de onlangs verschenen analyse van de wet burgerschapsonderwijs blijkt: scholen vinden het knap lastig om schoolbreed een werkend burgerschapscurriculum vorm te geven.

Burgerschap is spannend. Het is totaal anders dan Nederlands of rekenen. Er is geen vaststaand programma, geen methode die alles dekt. Een school moet nadenken over een eigen visie en moet zelf doelen opstellen die passen bij de startsituatie van de leerlingen in school. Vanuit daar een eigen curriculum opbouwen. Best veel gevraagd.

Maar deze introspectie is ook prachtig. Alle scholen moeten nadenken over de vraag: wie zijn we en waarvoor geven we onderwijs? Wat vinden we belangrijk om onze leerlingen mee te geven? Met welke onderdelen van diversiteit komen onze leerlingen nog weinig in aanraking? Met welke maatschappelijke vraagstukken willen we ze aan de slag laten gaan? Hoe gaan we de betrokkenheid bij de democratie vergroten?

Als je eenmaal weet wat je te doen staat als school, dan moet je het nog op poten zetten. Én proberen te voorkomen dat het blijft bij losstaande activiteiten georganiseerd door enkele enthousiaste docenten. Het is zo belangrijk om ervoor te zorgen dat er doelgericht met de hele school aan de thema’s wordt gebouwd, en dat alle leraren meedoen.

Het kan namelijk ook misgaan. Een theatervoorstelling de school in halen over homoseksualiteit, maar deze niet inbedden in lessen over diversiteit, minderheden en respect: het kan het tegenovergestelde effect hebben van wat je wilt. Of een debat in de klas dat draait om meningen, zonder dat we op zoek gaan naar onderliggende gevoelens en ervaringen, het kan verschillende leerlingen en standpunten alleen maar verder uit elkaar drijven.

Juist door de onderliggende laag te bespreken krijg je respect, maar weinig leraren leren in hun opleiding hoe je dit moet doen, zo laat onderzoek zien. Hessel Nieuwelink en Ron Oostdam onderzochten hoe burgerschapsonderwijs terugkomt in de doelen van lerarenopleidingen. De taak die docenten hebben om de ontwikkeling van democratische waarden bij leerlingen te stimuleren, krijgt in die doelen weinig aandacht. Net zoals de kennis erover of het bieden van praktische handvatten.

Om leraren en scholen te ondersteunen schieten de adviesbureaus, trainingen en lezingen over deze onderwerpen als paddenstoelen uit de grond – ook ik doe dit naast mijn baan voor de klas. Maar als het zo belangrijk is, waarom moet dit dan extern geregeld worden? Zouden we niet alle leraren gewoon in hun opleiding mee moeten nemen in deze thema’s? Hoe mooi zou het zijn als de inhoudelijke onderwerpen, de vaardigheden hoe je hierover lesgeeft en hoe je dit inbedt in je school zouden worden geleerd aan al onze nieuwe docenten?

We hebben een nieuw kabinet dat burgerschapsonderwijs belangrijk zegt te vinden. Toch kiest het kabinet er niet voor om landelijke afspraken te maken over burgerschapsinhouden in de lerarenopleiding, terwijl ze dit wel gaan doen voor lezen, schrijven en rekenen. Een gemiste kans. Leer toekomstige leraren hoe je bouwt aan een burgerschapscurriculum dat aansluit op je leerlingpopulatie en je visie. Leer hoe je burgerschapsthema’s inhoudelijk bij alle vakken kan behandelen en hoe we van onze leerlingen gelukkige mensen maken, die rekening houden met een ander. Uiteindelijk is dat wat elke docent die ik spreek, wil bereiken voor de klas.

Lezingen, Workshops
& Advies

‘Geen stress, we 
gaan het maken!’

Meld je aan voor het volgende verhaal

En ontvang de verhalen als eerste in je mailbox.
Maxe de Rijk

Maxe de Rijk

Leerkracht in het Speciaal Onderwijs Lees hier meer over Maxe.