Skip to main content

Deze column verscheen eerder in Trouw. 

“Mijn begeleider heeft mijn Playstation afgepakt, daarom voel ik me boos”, zegt een jongen uit de parallelklas die even afkoelt bij ons in de groep. “Begeleider?”, reageert een leerling. “Bij mij pakt mijn moeder die af.” “Nee, die kan niet voor mij zorgen”, reageert de jongen gelaten. “O ja, natuurlijk”, is de reactie uit de klas. Genoeg kinderen bij ons op school worden niet door hun eigen ouders opgevoed, of maken op een andere manier gebruik van de jeugdzorg.

De cijfers over de zorg voor deze kinderen en de hoge kosten die daaraan verbonden zijn, vliegen je om de oren. De ‘oplossingen’ voor de hoge kosten ook. Het kabinet wil dat ouders een eigen bijdrage betalen voor hun kinderen in de jeugdzorg, voorzitter van Jeugdzorg Nederland Ahmed Aboutaleb wil een einde aan de marktwerking en minister Mirjam Sterk een einde aan het onderbrengen van uit huis geplaatste kinderen in vakantieparken. Allemaal ideeën van goede wil, maar zijn het oplossingen voor de problemen die spelen?

Eerst even het begrip ‘jeugdzorg’: dat is namelijk een nogal groot begrip. Hieronder valt veel zorg aan kinderen. Van dyslexiebegeleiding tot aan pleegzorg. Van opvoedondersteuning tot aan jeugdreclassering. Niemand kan dus vanuit één probleem of één oplossing redeneren. Wat wel duidelijk is: 14 procent van de kinderen maakt er gebruik van. En dat vindt men veel, vooral omdat het in rap tempo toeneemt.

Eén op de vijf volwassenen geeft op dit moment aan als kind een vorm van jeugdtrauma te hebben meegemaakt, zo schrijft Christiaan Vinkers in zijn boek Littekens uit je jeugd.

De invloed van trauma’s op de kinderen en op de mensen in hun omgeving en de samenleving in haar geheel is groot. Als je als kind een trauma meemaakt, is alle hulp welkom. Hoe eerder de kinderen (goed!) geholpen worden, hoe kleiner de littekens in de volwassenheid. En dus ook hoe kleiner de maatschappelijke gevolgen.

Maar we weten ook: verkeerde jeugdzorg kan leiden tot nog meer trauma. Denk aan de onlangs aangeboden excuses voor kinderen in de gesloten jeugdzorg. Zij kwamen er vaak beschadigder uit dan ze erin gingen.

De kern van jeugdtrauma is volgens Vinkers: te veel van het verkeerde (mishandeling, vernedering, misbruik) of te weinig van het goede (liefde, aandacht, bevestiging). In het aanpakken van jeugdtrauma en het verbeteren van jeugdzorg zouden dit dus ook de sleutelbegrippen moeten zijn.

We zitten echter vast in een systeem waarin het leven van de kinderen in de jeugdzorg geen prioriteit lijkt te hebben, maar enkel de cijfers erachter tellen. Cijfers over geld en aantallen. Jeugdzorg wordt vooral als een kostenpost gezien, in plaats van als een noodzakelijk middel om sterke, weerbare, gelukkige volwassenen te krijgen.

Terwijl de jeugdzorg ook nog eens maatschappelijke klappen moet opvangen. Hoe slechter de omstandigheden in de samenleving (stress bij ouders, woningnood, lerarentekort, armoede), hoe meer er een beroep moet worden gedaan op deze hulp aan kinderen. Zolang die problemen niet in de kern worden aangepakt, moeten we niet verbaasd zijn dat jeugdzorg geld kost, of dat veel kinderen er gebruik van maken.

In plaats van naar de cijfers zullen we moeten kijken naar preventie en naar wat er beter kan in de zorg aan kinderen. Uiteindelijk verdienen alle kinderen liefde en bescherming.

De overheid draagt een héél grote verantwoordelijkheid voor het welzijn van vele kinderen. Als je gebruik moet maken van de zorg, ben je afhankelijk van hulp van buitenaf. Als je ouders niet meer voor je kunnen zorgen, ben je helemáál afhankelijk van de intentie van anderen. Dat is risicovol. Ik hoop dat het kabinet doorvoelt wat dit betekent en daarnaar handelt.

Lezingen, Workshops
& Advies

‘Geen stress, we 
gaan het maken!’

Meld je aan voor het volgende verhaal

En ontvang de verhalen als eerste in je mailbox.
Maxe de Rijk

Maxe de Rijk

Leerkracht in het Speciaal Onderwijs Lees hier meer over Maxe.