Deze column verscheen eerder in Trouw.
Ons land maakt jongeren ziek. Zij behoren tot de ongelukkigste leeftijdsgroep, en dat komt niet door de coronajaren. Zorgen om bestaanszekerheid, woningnood en stress bij ouders jagen de druk van jongeren om te presteren op tot ongezonde hoogten. Veel jongeren voelen: ik moet slagen in het onderwijs om überhaupt later een huis te kunnen hebben, maar het lukt me niet.
De aangrijpende documentaire Erop of eronder van Human laat zien wat die druk met kinderen doet. We volgen Jesaja van tien die moeite heeft met rekenen en wiens grootste nachtmerrie zittenblijven is, Mette van zestien die veel zorgen heeft over falen op het mbo, en Jonas van achttien die op het vwo zoveel stress kreeg over de verwachtingen die hij niet kon waarmaken, dat hij flauwviel. Alle drie zijn ze bang dat ze door hun schoolcarrière geen toekomstperspectief meer hebben. Elke dag moeten ze dingen doen waar ze ongelukkig van worden.
Als groep 8-juf zie ik de afgelopen weken de stress in de ogen van de ouders en de kinderen over een ‘goed’ schooladvies, een ‘goede’ toekomst en zo min mogelijk mensen teleur willen stellen. Een jongen die met tranen in zijn ogen zegt: “Mama, je bent echt heel verdrietig en boos over mijn advies, hè?” En de moeder die antwoordt: “Ik wil gewoon een goede toekomst voor je”. Het breekt je hart.
De plek waar je wieg staat bepaalt helaas nog steeds in grote mate je schoolcarrière. Tegelijkertijd zitten we in een systeem waarbij we allemaal geloven dat hoe ‘beter’ je je best doet op school, des te ‘betere’ banen je krijgt en dus hoe ‘beter’ je toekomst wordt.
Het gemiddelde inkomen van een wo’er is nog steeds twee keer zo hoog als dat van een mbo’er. Kinderen die moeite hebben met een theoretisch vak moeten dat vak vaker volgen. Bijlessen en extra uren worden ingezet. Van de vakken en hobby’s die ze leuk vinden wordt tijd afgesprokkeld. Dat komt later wel weer.
Stel je maar eens voor dat jij als volwassene op je werk elke dag uren extra moet besteden aan datgene wat je niet leuk vindt. En dat je wat je wél leuk vindt en waarin je goed bent steeds minder mag doen. Dan sta je elke dag met een zwaar gemoed op.
De enige reden waarom Jesaja nog wel plezier haalt uit school, is omdat hij daar kan
voetballen en een meester heeft die zijn creativiteit ziet. Die vertrouwen in hem uitspreekt. Daar ligt op de scholen dan ook de sleutel: zorg dat je leerlingen ook dingen doen waar ze blij van worden en straal hoge verwachtingen uit. Ieder mens heeft het nodig om te kunnen ontspannen en ervaren hoe het is om ergens goed in te zijn: juist dan kom je ook op andere vlakken tot leren.
Met de invoering van talentontwikkelingslessen en identiteitsvorming op mijn vorige vmbo-school gingen de resultaten van de kinderen omhoog, op alle vlakken. Zonder stress, met plezier.
Zoals Marjolein Moorman in haar maidenspeech in de Tweede Kamer verwoordde: hoe wij ons onderwijs vormgeven zegt iets over wie wij willen zijn als samenleving. Willen we een wedstrijd die zorgt voor gevoelens van stress en vernedering? Of ontplooien we al het talent zodat we samen vooruitkomen? Ik kies voor dat laatste.









