Als docent persoonsvorming en socialisatie vraag ik me vanaf het begin af wat ik didactisch met Corona en de quarantaine aan moet. De situatie vraagt om gesprekken en lessen over alles waar we mee te maken krijgen. Tegelijkertijd wil je ook niet alles over Corona laten gaan.

Neem de periode rondom 4/5 mei. Hoe geef je een les over zo’n ingewikkeld en emotioneel onderwerp via een videoscherm? Twintig minuten heb ik per groepje. Om meer tijd te hebben maak ik soms de groepjes groter, maar eigenlijk valt dat altijd tegen. Leerlingen écht spreken is moeilijk via een videoscherm, helemaal als je meer leerlingen in een gesprek hebt.

Ik geef de les aan de eerstejaars. Als we opgestart zijn vraag ik de leerlingen of ze weten waar 4 en 5 mei over gaan. Het blijft oorverdovend stil. Ik geef een hint: “Het heeft met de oorlog te maken.” “Oja! Van Anne Frank!” roept een meisje opgewekt. “Daar weet ik alles van juf! Anne kreeg een dagboek en ze werd verliefd, maar dat kon niet want ze zat verstopt en en..” Ik onderbreek haar: “Wat goed dat je daar al zoveel van weet!” Trots kijkt ze camera in.

Ik breng het onderwerp terug naar 4 en 5 mei. We hebben het over herdenken en vrijheid. Ik vertel kort wat feiten over de oorlog en dan laat ik een video zien. Gelukkig kan dat via mijn eigen scherm, zo kan ik de video af en toe stop zetten om te kijken of de leerlingen het echt begrijpen. Dat gaat verassend goed. “Ik mag Hitler echt niet juf,” zegt een jongen die hiervoor nog niks van de oorlog wist. “Die soldaten zijn echt arrogant! Dat ze denken dat ze anderen kunnen oppakken!” Een meisje haakt in: “Ik snap het niet juf, we zijn toch allemaal mensen? Waarom moeten ze Joden dan dood maken? Ze hebben toch niks gedaan?” Ik bevestig dat en vraag andere leerlingen wat ze ervan vinden. “Juf dit noemen we toch racisme? Dat heeft u ons geleerd!” Ik glimlach en ben trots dat hij het woord en de betekenis zo goed heeft onthouden. “Ja, dit is een hele erge, extreme vorm van racisme.”

Dan roept het meisje dat zoveel over Anne Frank weet: “Juffff het ging helemaal niet over Anne Frank in de video! Hoe kan dat nou? Zij ís toch de oorlog?” Ik vertel dat nog veel meer mensen de oorlog hebben meegemaakt, dat Anne Frank één van de zes miljoen Joden is die vermoord is. Dat alle mensen die ouder zijn dan 75 leefde in de tijd van de oorlog. “Dus ook onze mentor juf?” vraagt een leerling. Ik moet lachen: “Nee schat, die is nog geen 75, maar mijn oma heeft het bijvoorbeeld wel meegemaakt.”

Ik baal ervan dat ik nu niet zo diep op ingewikkelde onderwerpen in kan gaan als we normaal doen. Er valt nog zoveel meer te bespreken en te leren. Naast taal- en rekenvaardigheden is dat ook echt iets wat verloren gaat door deze crisis. Ook deze lessen hebben we niet voor niks ontwikkeld. Ik wil ze weer gewoon in school geven en de leerlingen zien zonder tussenkomst van een scherm.

Bij de tweedejaars zit 4 en 5 mei ook in de lessenserie. Toch besluit ik dit jaar iets minder lang stil te staan bij de oorlog. We moeten keuzes maken in de weinig tijd die we hebben, dus ga ik naar de les erna. De nieuwe les gaat over het conflict in Israël/Palestina. Daarvoor heb je wel voorkennis van de oorlog nodig. Dus die test ik even.

Ik verbaas me al snel over alles wat de leerlingen nog weten. Ze vliegen over elkaar heen met alles wat ze me willen vertellen. Dan maak ik de link naar Israël. De leerlingen schrikken. Zo hadden ze nog nooit naar het conflict gekeken. De meesten riepen ‘free Palestina’ zonder eigenlijk te weten wat er gaande was. Nu zetten ze daar vraagtekens bij. Ze hebben ook veel vragen: “Hoezo kozen ze voor een land waar Moslims woonden juf?” vraagt een leerling. Ik leg uit dat het land voor verschillende geloven een belangrijke betekenis heeft.

Dan moet ik alweer afsluiten. Ik zeg: “Helaas moeten we nu stoppen. Ik stuur jullie twee video’s door over het ontstaan van Israël en de rol die het land bij verschillende geloven speelt. Daar gaan jullie opdrachten bij maken. Die opdrachten bespreken we dinsdag als ik jullie op school zie. Dan kunnen we weer een echt gesprek voeren zoals we vroeger deden.” Op mijn scherm zie ik opeens heel veel blije gezichten. “Gewoon een echte les juf? Dat we gaan discussiëren?” vraagt een meisje met glinsterende ogen.  “Ja, wel in groepjes van vier, maar dat maakt niet uit.” Antwoord ik. “Oh ik ben zo blij juf,” zegt een ander, “ik had dat echt gemist.”

Ik sluit af en slik mijn eigen emotie weg. Ik had dat ook gemist. Sinds half mei komen onze leerlingen één keer per week twee uur naar school. Eigenlijk zijn de uurtjes om huiswerk te maken en vragen te beantwoorden die de leerlingen daarover hebben. Na negen weken geen echte klassengesprekken met mijn leerlingen gevoerd te hebben, vind ik het daar ook wel weer tijd voor.

Als we weer op school zijn lijkt het even alsof de leerlingen vergeten zijn hoe we dat doen, met elkaar in gesprek over een onderwerp. Ze hakkelen en de enthousiaste zinnen zijn opeens weg. Dan steekt een meisje haar vinger op: “Ik snap het niet juf, wij gaan toch ook gewoon goed met elkaar om, ook al hebben we verschillende geloven? Waarom kunnen ze dat niet in Israël ook gewoon doen?” “Ja waarom kunnen ze niet gewoon samen in één land leven?” haakt een andere leerling in. Ik zucht en zeg dat ze gelijk hebben. “Oké, dan hebben we de oplossing voor Israël en Palestina. Kunnen we het dan nu nog even over Corona hebben?” vraagt een leerling.

Aha, dat is wat ze willen. Aan de ene kant baal ik, vorig jaar had ik met de tweedejaars een prachtig diepgaand gesprek over het conflict. Aan de andere kant, we leven nu echt in een andere tijd.

Nu het woord corona is gevallen, schieten vingers de lucht in. Het is ontroerend dat ze deze gewoonte erin houden. In een klas van vier leerlingen is een vinger niet echt nodig. Ik geef een meisje de beurt: “Juf! Corona is echt heel erg! Mijn tante had het, zij werkt in de zorg. Ze was zo ziek! We moeten echt voorzichtig doen.” Het gesprek barst los. Dit is wat er speelt in de koppies, dit is wat we moeten doen.

Naar school gaan betekent ook in gesprek gaan met leerlingen over wat ze bezighoudt. Een vertrouwde omgeving bieden waarin leerlingen hun gedachtes kwijt kunnen. Ook dat is van groot belang voor de ontwikkeling van kinderen. Wat ben ik trots dat ik op een school werk waar we er nu al voor gekozen hebben om leerlingen, in groepjes van vier, op een veilige manier, te laten komen. Zodat we echt kunnen aanvoelen wat ze nodig hebben.

Foto gemaakt door Cees Glastra van Loon. Leerlingen op de foto komen niet in het verhaal voor.

Meld je aan voor het volgende verhaal

En ontvang de verhalen als eerste in je mailbox.
Maxe de Rijk

Maxe de Rijk

Docent burgerschap & persoonsvorming op het Mundus College. Lees hier meer over Maxe.